Ze is al jaren verliefd op hem. Ware Don Quichot-stijl, veertig jaren in de woestijn.
Op feestjes, meetings, concerten veulent ze om hem heen. Dartel. Olijk. Vrolijk.
Alleen ik aanhoor haar wanhoop. Onbereikbaar is hij. Banden aangespannen. Wettelijk. Financieel. Emotioneel gebonden is hij.
Af en toe werpt hij haar wat toe, een aalmoes van aandacht, een glimlach. Als een leeuwentemmer die haar vriendschap afkoopt.
Hij geniet van haar bewondering, laat zich meedrijven op de vloedgolf van complimenten, verpakt in zuchtjes en kreetjes.
Soms zijn ze zielig. NIet arme-kindjes-in-Afrika maar clownesk en pathetisch. Ik observeer het hele circus, bekijk hun acrobatie. Heen en weer, op en neer, wankelend op de koord van spel en overspel.
Ik zwijg. Over de blik die ik af en toe in zijn ogen ervaar. Het verlangen, omfloerst door bijna panische angst. Voor de gevolgen, die zijn streling zal hebben.
Zij merkt het niet, verblind door bewondering, struikelend over wanhoop.
Zij zoekt. En weet niet …. dat ze allang gevonden is.
Recent Comments